Home » Artikelen » Vakbonden: Niet bezuinigingen op publieke sectoren na coronacrisis

Vakbonden: Niet bezuinigingen op publieke sectoren na coronacrisis

“Er mag geen automatische bezuinigingsreflex op de publieke sectoren ontstaan na de coronacrisis. De bijna 1 miljoen mensen uit deze sectoren zijn onmisbaar gebleken bij de aanpak van de crisis. Zij mogen niet straks weer de sluitpost worden van de begroting. Dat is niet acceptabel en ook niet verantwoord gezien de taken en uitdagingen waar de publieke sectoren voor staan. Investeren in de kwaliteit van de publieke sectoren en de medewerkers is noodzakelijk.” Dat schrijven de vakbonden uit diverse sectoren, waaronder het onderwijs, in een brief aan de Tweede Kamerleden, ministers en werkgeversorganisaties in de publieke sector.

“Nu investeert het kabinet vele tientallen miljarden euro’s, maar vakbonden vrezen dat de komende jaren bezuinigd zal gaan worden op de sectoren onderwijs, veiligheid en andere overheidsdiensten die iedereen nodig heeft. De ervaring leert dat deze bezuinigingen vaak terechtkomen bij de medewerkers. Terwijl al jaren in deze sectoren sprake is van hoge werkdruk en kwaliteitsverlies door bezuinigingen, decentralisaties en tekorten aan (vast) personeel, niet-marktconforme salarissen en  toenemende agressie. Dit is niet de koers die we in Nederland moeten willen,” aldus de ondertekenaars, diverse centrales voor overheids- en onderwijspersoneel en het Ambtenarencentrum (AC), waar de AVS bij aangesloten is. Bovendien maakt dit alles het werken voor de publieke taken minder aantrekkelijk, terwijl de samenleving steeds hogere eisen stelt aan de mensen die werken in de publieke sectoren.

“De inzet, kwaliteit, flexibiliteit, professionaliteit en organisatiekracht van de publieke sectoren zijn van groot belang bij de crisis-aanpak”, aldus de vakbonden. “De publieke sectoren verdienen, niet alleen door de coronacrisis maar ook de komende jaren, een herwaardering, want ze zijn van essentieel belang voor de maatschappelijke en economische ontwikkelingen die in de 21e eeuw op ons afkomen.”

Nieuwe koers
In de brief aan de Tweede Kamerleden, ministers en werkgeversorganisaties in de publieke sector doen de vakbonden een appèl om bij toekomstig beleid te kiezen voor een nieuwe koers. Een koers waarin wordt gestreefd naar voldoende personeel, werkzekerheid, een lagere werkdruk met een eerlijk en marktconform salaris, ruimte voor de professional op de werkvloer en de menselijk maat in de uitvoering.  
 
De vakbonden vragen om:

  • Investering in kwaliteitsversterking van mensen, scholing, marktconforme lonen en een goed pensioen.
  • Verhoging van de middelen voor de publieke sectoren in de Miljoenennota’s
  • Collectieve voorzieningen en de publieke sector prominent in de verkiezingsprogramma’s en het overheidsbeleid.
  • Vergroting van de arbeidsparticipatie van vrouwen en gelijke beloning voor vrouwen en mannen.
  • Benader nieuwe beleidskeuzes integraal, want keuzes in de ene sector hebben gevolgen voor andere sectoren. Voorbeeld: bezuinigingen in het jeugdbeleid leiden tot werkdruk in sectoren als onderwijs, politie, sociaal domein en rechterlijke macht.
  • Breng de menselijke maat terug in uitvoering en eigen keuzemogelijkheden. De in februari 2020 gestarte parlementaire enquête van de Tweede Kamer naar verlies van maatwerk bij uitvoeringsorganisaties, kan mogelijke bouwstenen geven.
  • Betrek mensen werkzaam in de publieke sectoren van meet af aan bij de invoering van technische en digitale innovaties.
  • Zorg dat een leven lang leren, continue bij- en herscholingsmogelijkheden en lerend werken een tweede natuur is voor de overheidssectoren in de 21e eeuw.

Bied als publieke werkgever mobiliteitsmogelijkheden binnen de eigen of naar andere sectoren, en zeker ook voor mensen die nieuwe ontwikkelingen niet meer kunnen bijbenen of moeten revalideren vanwege werkdruk, PTSS, etc.
 
Gevolgen voor onderwijs
Als deze nieuwe koers niet ingeslagen wordt, heeft dit gevolgen voor diverse sectoren. Onderwijspersoneel maakt zich zorgen over de kwaliteit en continuїteit. Door het leraren- en schoolleiderstekort, de hoge werkdruk en grote administratieve lasten is er minder tijd en aandacht voor onderwijs, lesvoorbereiding en vernieuwing. In het primair onderwijs worden klassen naar huis gestuurd, zijn er vierdaagse schoolweken en worden andere noodmaatregelen getroffen. De kansenongelijkheid neemt toe en de bekostiging is te krap (McKinsey, maart 2020). In het voortgezet onderwijs zijn er vakken die niet gegeven kunnen worden. Bovendien maken de te hoge werkdruk en de lage beloning werken in het onderwijs onaantrekkelijk. Daarom is er de afgelopen twee jaar veelvuldig actie gevoerd.
 
 
 

Downloads en links
Gepubliceerd op: 16 juni 2020

Doelgroep(en)

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

 

Deel dit artikel

Salaristabellen CAO-PO 2019-2020